woensdag 3 september 2014
Subsidie voor High Tech Centre Delft: nieuwe ontmoetingsplaats onderwijs en bedrijfsleven
ROC Mondriaan,
High Tech-bedrijven, onderwijsinstellingen en de gemeente slaan in Delft de
handen ineen om uitdagend techniekonderwijs te organiseren met state of the art
apparatuur. Het Ministerie van Onderwijs
heeft maandag bekend gemaakt subsidie te verstrekken voor het High Tech Centre
Delft uit het regionaal investeringsfonds mbo. De subsidie van 400.000 euro is
vooral nodig voor de aanschaf van de inrichting van het High Tech Centre. In
totaal wordt de komende 4 jaar circa 1,4 miljoen euro geïnvesteerd in het High
Tech Centre waarvan 1 miljoen door de overige betrokken partijen.
Antwoord op
toenemende vraag naar goed opgeleid technisch personeel
De gezamenlijke ambitie komt voort uit de toenemende vraag in heel
Haaglanden naar goed opgeleid technisch personeel en de snelle ontwikkelingen
in de techniek. Opleiding, werkplaats, een leven lang leren en kennisdeling vormen de
pijlers onder het initiatief.
Alle betrokken partijen investeren in een uitdagende leeromgeving, waarin vooral samenwerking, projectonderwijs en facilitysharing de boventoon zullen voeren. Deze ontwikkeling gaat hand in hand met de nieuwe opleidingen van ROC Mondriaan en het WellantCollege gericht op Mechatronica en Greentec welke in september starten. Dat deze opleidingen populair zijn onder jongeren blijkt wel uit de enorme belangstelling tijdens de doedagen en het aantal inschrijvingen.
Alle betrokken partijen investeren in een uitdagende leeromgeving, waarin vooral samenwerking, projectonderwijs en facilitysharing de boventoon zullen voeren. Deze ontwikkeling gaat hand in hand met de nieuwe opleidingen van ROC Mondriaan en het WellantCollege gericht op Mechatronica en Greentec welke in september starten. Dat deze opleidingen populair zijn onder jongeren blijkt wel uit de enorme belangstelling tijdens de doedagen en het aantal inschrijvingen.
Dhr. Pehrson, algemeen directeur van Festo Nederland en boegbeeld van
het initiatief namens deelnemende bedrijven: “Het wordt hoog tijd dat we als
bedrijven meer samen gaan optrekken met onderwijs en onze gedeelde prioriteiten
gaan benoemen. Daarnaast valt er nog een wereld te winnen als we ons
gezamenlijk inspannen om meer leerlingen de veelzijdige uitdagingen en carrière
mogelijkheden binnen de techniek en technologie laten zien”.
Ook directeur Wilma Verhoeks van ROC Mondriaan ziet kansen voor een
mooie toekomst: “We bieden onze studenten
hiermee een inspirerende leeromgeving; bedrijven zijn
direct betrokken
bij de inhoud van het onderwijs”.
De gemeente Delft is enthousiast met de komst van het nieuwe centrum. Wethouder
Ferrie Förster: “Het High Tech Centre
biedt leerlingen met een mbo achtergrond een up2date opleiding die aansluit bij
werkplekken binnen Delftse kennisbedrijven. Met deze investering door gemeente, onderwijsinstellingen en
bedrijven uit Delft en omstreken verstevigen we de positie van onze kenniseconomie.”
Januari 2015 van
start
Het High Tech Centre wordt de komende periode verder voorbereid en zal operationeel van start gaan in januari 2015. Er wordt nog gezocht naar een locatie, in de nabijheid van de TUDelft en de Betafactory van de Haagse Hogeschool.
Het High Tech Centre wordt de komende periode verder voorbereid en zal operationeel van start gaan in januari 2015. Er wordt nog gezocht naar een locatie, in de nabijheid van de TUDelft en de Betafactory van de Haagse Hogeschool.
zaterdag 8 februari 2014
HTCD bezoekt General Assembley in Leeuwarden.
De ‘General Assembly’ (GA) is een halfjaarlijkse bijeenkomst
van alle Centres of expertise en Centra voor innovatief vakmanschap. De
doelstelling van de G.A. is gemeenschapsvorming onder de gestarte centra,
uitwisseling en ontwikkeling van kennis rondom thema’s die van belang zijn voor
de verdere voortgang. Bovendien wil de GA de toegevoegde waarde van
publiek-private samenwerking voor het beroepsonderwijs zichtbaar maken. De
General Assembly wordt bij toerbeurt georganiseerd door gestarte centra, in
samenwerking met Platform Bèta Techniek.
Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk gemaakt dat het
succes van een samenwerkingsinitiatief af hangt van de tussen bedrijven en
onderwijsinstellingen wederzijdse wens om doelgericht samen te werken aan o.a. “break
through” innovations, inhoudelijke stage’s, onderzoeksprojecten etcetera. Niet
allen samenwerking met individuele bedrijven, maar ook het belang van
samenwerking met koepelorganisaties werd benadrukt, hoewel wel werd opgemerkt dat
niet alle koepels even slagvaardig optreden.
Genoemden basisingrediënten voor een goede samenwerking zijn::
-
Commitment: Het moet het eigen verhaal van de
partners zijn wat past en onderdeel is van de eigen van visie van zowel het
bedrijf als de participerende onderwijsinstelling.
-
Samenwerking en interactie draagt bij aan
wederzijds vertrouwen en schept een groepende band waarop samenwerking groeit
Tevens werd een inkijk gegeven in de producten van een het
samenwerkverband, zoals het beschikbaar stellen van fysieke ruimte voor
experimenten en empirisch onderzoek.
![]() |
| Kijkje in de keuken van de WaterCampus |
Al met al een goede bijeenkomst, waar we al fijn hebben
kunnen leren van de “leermomenten” van anderen!
Bedankt voor de organisatie J
links:
woensdag 5 februari 2014
Samenwerking moet van Delft Silicon Valley aan de Schie maken
DELFT – Delft bruist van de bedrijven en instellingen die zich met ‘kennis’ en ‘innovatie’ bezighouden. Die halen, wat samenwerking betreft, nog niet het onderste uit de kan. Dus werd er woensdag bij Lijm & Cultuur een symposium georganiseerd om elkaar te leren kennen en samenwerking te bevorderen.
Hiervoor waren ruim 150 bedrijven, overheden, kennis- en onderwijsinstellingen uitgenodigd. Na een uurtje netwerken nam dagvoorzitter Victor Elsendoorn, managing director bij TNO Bedrijven, het woord. Om er geen misverstand over te laten bestaan, benadrukte hij direct dat je door samen te werken ‘ontzettend veel kan bereiken’. Hij vroeg zich - namens de zaal - hardop af hoe een TNO’er hier vandaag als dagvoorzitter ‘durft te staan’. “Want die gaan toch weg uit Delft? Maar 750 wetenschappers en 150 medewerkers van TNO blijven in Delft. Het enige dat weggaat is het hoofdkantoor en een paar IT’ers.
Daarna is het Rinke Zonneveld, de kersverse directeur van InnovationQuarter, die het woord neemt. Voor wie het nog niet wist legde hij nog één keer uit wat InnovationQuarter is: een nieuwe regionale ontwikkelingsmaatschappij die 49 dagen geleden werd opgericht. Zelfs Koningin Máxima, die het logo mocht onthullen, was hierbij van de partij. “Het werd tijd dat zoiets er kwam”, zei Zonneveld. “In Brabant en in het oosten van het land zijn zulke organisaties de binnenboordmotor van innovatie geworden.” In Zuid-Holland was zo’n samenwerking er dus nog niet, terwijl hier 21 procent van de Bruto Nationaal Product wordt verdiend. “Onze missie is om met InnovationQuarter de publieke onderneming te zijn die het innovatieve vermogen van Zuid-Holland ontsluit en versnelt. We zijn een organisatie met een ambitieuze opdracht: deze regio moet in de komende tien jaar het synoniem worden van dè innovatieve topregio van Nederland. En daarmee van Europa.”
Hiervoor waren ruim 150 bedrijven, overheden, kennis- en onderwijsinstellingen uitgenodigd. Na een uurtje netwerken nam dagvoorzitter Victor Elsendoorn, managing director bij TNO Bedrijven, het woord. Om er geen misverstand over te laten bestaan, benadrukte hij direct dat je door samen te werken ‘ontzettend veel kan bereiken’. Hij vroeg zich - namens de zaal - hardop af hoe een TNO’er hier vandaag als dagvoorzitter ‘durft te staan’. “Want die gaan toch weg uit Delft? Maar 750 wetenschappers en 150 medewerkers van TNO blijven in Delft. Het enige dat weggaat is het hoofdkantoor en een paar IT’ers.
Daarna is het Rinke Zonneveld, de kersverse directeur van InnovationQuarter, die het woord neemt. Voor wie het nog niet wist legde hij nog één keer uit wat InnovationQuarter is: een nieuwe regionale ontwikkelingsmaatschappij die 49 dagen geleden werd opgericht. Zelfs Koningin Máxima, die het logo mocht onthullen, was hierbij van de partij. “Het werd tijd dat zoiets er kwam”, zei Zonneveld. “In Brabant en in het oosten van het land zijn zulke organisaties de binnenboordmotor van innovatie geworden.” In Zuid-Holland was zo’n samenwerking er dus nog niet, terwijl hier 21 procent van de Bruto Nationaal Product wordt verdiend. “Onze missie is om met InnovationQuarter de publieke onderneming te zijn die het innovatieve vermogen van Zuid-Holland ontsluit en versnelt. We zijn een organisatie met een ambitieuze opdracht: deze regio moet in de komende tien jaar het synoniem worden van dè innovatieve topregio van Nederland. En daarmee van Europa.”
![]() |
| Menno van der Marel van Fox-IT vertelt de zaal over champagne-momenten, innovatie, werken vanuit Delft en vooral ook over het nut van samenwerken. (foto: Roy Borghouts) |
Mooie filmpjes
Menno van der Marel, directeur en oprichter van Fox-IT, begon zijn verhaal met enkele mooie filmpjes. Op de eerste kwamen recente beelden van CNN voorbij, waarin werd gemeld dat het Delftse bedrijf had ontdekt dat er iets goed mis was met de beveiliging van Yahoo. Het tweede filmpje liet beelden van de Russische tv zien, die hadden gefilmd hoe zes Russische hackers in de boeien werden geslagen. Met dank aan het Delftse Fox-IT. “Dat was voor ons echt een champagne-moment. Daar zijn we drie jaar mee bezig geweest.” Fox-IT, een bedrijf met tweehonderd medewerkers, is één van de belangrijkste spelers ter wereld op het gebied van internetbeveiliging. Van der Marel vindt het prettig om met z’n bedrijf in Delft gevestigd te zijn. “Er zijn maar weinig bedrijven die ook echt innoveren, maar in Delft zitten er relatief veel.” Ook Van der Marel benadrukte het nut van lokale samenwerking. “Agenda’s van ondernemers zitten vaak vol. Als ik naar Utrecht moet om iets te bespreken, ben ik een halve dag kwijt. In Delft ben je snel bij elkaar. Ja, je kunt altijd bellen en mailen, maar het is toch prettig als je elkaar in de ogen kunt kijken en kan zeggen: Ik heb een probleem, wat kan ik eraan doen? Er zijn bovendien best veel thema’s denkbaar waarin je kunt samenwerken.”
Paul Rullman zat tot zijn pensioen in het College van Bestuur van de TU Delft. Tegenwoordig is hij druk met het maken van een gezamenlijk programma voor de Delftse kenniseconomie. Het gaat goed met die kenniseconomie, gaf hij aan. “Dan zou je misschien zeggen: Mooi zo. Maar een aantal dingen valt op. Het is momenteel nog redelijk ieder voor zich en de marketing kan beter. Delft heeft veel om trots op te zijn, dat kan beter worden uitgevent. De bereikbaarheid in de stad is een crime. Het wordt beter, maar je weet nooit wanneer. Ook de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven kan beter. We zitten hier nu met ontzettend veel ondernemers. Het zou mooi zijn als die meer samenwerken. Dan krijg je meer kracht, dynamiek en welvaart.” Daarmee zijn we er echter nog niet. “Als je een Silicon Valley aan de Schie wilt worden moet je de samenwerking ook onderhouden. Anders put je het uit.”
Pieter Guldemond, wethouder Kenniseconomie en Ruimtelijke Ordening, noemde het symposium na afloop ‘een geslaagde bijeenkomst’. “Het heeft gezorgd voor veel nieuwe ontmoetingen tussen Delftse bedrijven die kunnen leiden tot nieuwe samenwerking. Dat Delftse bedrijven optimistisch zijn om samen met onderwijs, kennisinstellingen en overheid te werken aan innovatie, bevestigt dat we de juiste koers varen met de inzet op de kenniseconomie. Uiteindelijk levert dat werk op voor alle Delftenaren.” Anka Mulder, lid van het College van Bestuur van de TU Delft en mede-initiatiefnemer van het symposium, geeft aan dat de Gemeente Delft en kennisinstellingen al een tijd goed samenwerken. “Het bedrijfsleven - en dan vooral het MKB - misten we nog. Deze bijeenkomst, met zo’n honderd aanwezigen waarvan een fors deel uit het MKB, was wat mij betreft een succes. Samen gaan we Delft als innovatiestad verder op de kaart zetten. Dat is goed voor de economie en daarmee voor iedereen in de stad.” (JN) < bron: Delftopzondag)
Paul Rullman zat tot zijn pensioen in het College van Bestuur van de TU Delft. Tegenwoordig is hij druk met het maken van een gezamenlijk programma voor de Delftse kenniseconomie. Het gaat goed met die kenniseconomie, gaf hij aan. “Dan zou je misschien zeggen: Mooi zo. Maar een aantal dingen valt op. Het is momenteel nog redelijk ieder voor zich en de marketing kan beter. Delft heeft veel om trots op te zijn, dat kan beter worden uitgevent. De bereikbaarheid in de stad is een crime. Het wordt beter, maar je weet nooit wanneer. Ook de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven kan beter. We zitten hier nu met ontzettend veel ondernemers. Het zou mooi zijn als die meer samenwerken. Dan krijg je meer kracht, dynamiek en welvaart.” Daarmee zijn we er echter nog niet. “Als je een Silicon Valley aan de Schie wilt worden moet je de samenwerking ook onderhouden. Anders put je het uit.”
Pieter Guldemond, wethouder Kenniseconomie en Ruimtelijke Ordening, noemde het symposium na afloop ‘een geslaagde bijeenkomst’. “Het heeft gezorgd voor veel nieuwe ontmoetingen tussen Delftse bedrijven die kunnen leiden tot nieuwe samenwerking. Dat Delftse bedrijven optimistisch zijn om samen met onderwijs, kennisinstellingen en overheid te werken aan innovatie, bevestigt dat we de juiste koers varen met de inzet op de kenniseconomie. Uiteindelijk levert dat werk op voor alle Delftenaren.” Anka Mulder, lid van het College van Bestuur van de TU Delft en mede-initiatiefnemer van het symposium, geeft aan dat de Gemeente Delft en kennisinstellingen al een tijd goed samenwerken. “Het bedrijfsleven - en dan vooral het MKB - misten we nog. Deze bijeenkomst, met zo’n honderd aanwezigen waarvan een fors deel uit het MKB, was wat mij betreft een succes. Samen gaan we Delft als innovatiestad verder op de kaart zetten. Dat is goed voor de economie en daarmee voor iedereen in de stad.” (JN) < bron: Delftopzondag)
Abonneren op:
Posts (Atom)



